ECLI:NL:RVS:2010:BL8723
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- R.R. Winter
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidiebesluit en belangenverstrengeling bij adviescommissie cultuurfonds
De Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten wees de subsidieaanvraag van de Stichting De Theatercompagnie af op basis van een negatief advies van de adviescommissie. De Theatercompagnie stelde beroep in tegen dit besluit en de rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond vanwege schijn van belangenverstrengeling bij een lid van de adviescommissie, Jarrod Francisco, directeur van een concurrerende stichting.
Het Fonds en De Theatercompagnie stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap eveneens hoger beroep instelde maar niet-ontvankelijk werd verklaard omdat hij geen rechtstreeks belang had bij het besluit. De Raad van State oordeelde dat het bestuursorgaan zonder vooringenomenheid moet handelen en dat de schijn van belangenverstrengeling door Francisco niet weggenomen werd door zijn verschoning bij zijn eigen aanvraag.
Verder stelde De Theatercompagnie dat een ander lid, Jan Zoet, een eigen belang had, maar dit werd verworpen omdat Toneelgroep Amsterdam, waar Zoet lid van de Raad van Toezicht is, geen subsidieaanvraag had ingediend en geen financieel belang had. Ook andere bezwaren van De Theatercompagnie faalden. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de minister niet-ontvankelijk, terwijl de beroepen van het Fonds en De Theatercompagnie ongegrond werden verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen van het Fonds en De Theatercompagnie zijn ongegrond verklaard; de uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd.