Uitspraak
200305945/1heeft de Afdeling het beroep van Amex tegen het bij het besluit op bezwaar van 28 juli 2003 gehandhaafde besluit van 11 oktober 2002 ongegrond verklaard.
Raad van State
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland legde op 24 april 2008 aan Amex Property B.V. twee lasten onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 55b, in samenhang met artikel 37 van Pro de Wet bodembescherming, omdat Amex niet tijdig was begonnen met de sanering van de bodem op de locatie Leidseweg 219 e.o. te Voorschoten. Na een bezwaarprocedure handhaafde het college op 25 mei 2009 deze lasten, met een verlengde begunstigingstermijn tot uiterlijk 4 maart 2010.
Amex stelde dat het college onredelijk lang had gewacht met handhaving en dat de begunstigingstermijn te kort was, omdat het besluit tot instemming met het saneringsplan nog niet onherroepelijk was. De Raad van State overwoog dat het college gerechtvaardigd had gehandeld en dat het nieuwe recht niet van toepassing was op deze zaak. Tevens was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Amex niet met de sanering kon beginnen voordat het saneringsplan onherroepelijk was.
De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De handhaving van de last onder dwangsom bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het beroep van Amex Property B.V. tegen de last onder dwangsom voor bodemsanering is ongegrond verklaard en de handhaving blijft in stand.