ECLI:NL:RVS:2010:BL9328
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatige legitimatiecontrole
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die de vreemdelingenbewaring van een vreemdeling had opgeheven en schadevergoeding had toegekend. De vreemdeling was aangehouden tijdens een doorzoeking van een theehuis op grond van de Opiumwet en kon zich niet legitimeren. De rechtbank oordeelde dat de legitimatiecontrole onrechtmatig was omdat deze niet op grond van de Vreemdelingenwet 2000 was uitgevoerd.
De Raad van State stelt vast dat de legitimatiecontrole plaatsvond in het kader van een strafrechtelijk onderzoek en niet op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor is de controle onrechtmatig in de context van de vreemdelingenbewaring. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Verder oordeelt de Raad dat de maatregel van vreemdelingenbewaring geen punitieve sanctie is, zodat het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing is. Ook is geen sprake van onvoldoende voortvarendheid bij de voorbereiding van de uitzetting. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.