ECLI:NL:RVS:2010:BM0706
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake ambtshalve wijziging verblijfsvergunning wegens veranderde omstandigheden
De vreemdeling had bij de rechtbank beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De rechtbank oordeelde dat het stelsel van de Vreemdelingenwet 2000 zich verzette tegen de uitleg van de staatssecretaris over zijn bevoegdheid tot ambtshalve wijziging van een verblijfsvergunning.
De Raad van State stelt vast dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het wettelijk stelsel zich tegen deze uitleg verzet. De bevoegdheid tot ambtshalve wijziging ligt besloten in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 en wordt slechts terughoudend toegepast, met name wanneer sprake is van schending van het recht op privé-, familie- of gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De staatssecretaris had in dit geval beoordeeld dat de vreemdeling privéleven en gezinsleven met zijn echtgenote en haar kind was gaan uitoefenen en dat de ambtshalve wijziging daarom aan de orde was. Tegelijkertijd achtte de staatssecretaris de inmenging in het privéleven gerechtvaardigd vanwege het belang van het economisch welzijn van Nederland en het tijdelijke karakter van de verblijfsvergunning. De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.