ECLI:NL:RVS:2010:BM0717
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.A.A. Mondt Schouten
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ononderbroken verblijf bij asielaanvraag en toepassing Regeling nalatenschap Vreemdelingenwet
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling tegen het niet ambtshalve doen van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet (oud) gegrond had verklaard.
De Regeling stelt onder meer als voorwaarde dat vreemdelingen ononderbroken in Nederland moeten hebben verbleven sinds 1 april 2001 om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. De vreemdeling had na deze datum een asielaanvraag ingediend in Duitsland, wat volgens de staatssecretaris betekent dat hij niet aan de ononderbroken verblijfseis voldoet.
De Raad van State bevestigt dat de intentie om zich in het buitenland te vestigen, zoals blijkt uit de asielaanvraag in Duitsland, terecht door de staatssecretaris is meegewogen. De rechtbank had dit onvoldoende gemotiveerd. Verder faalt het beroep van de vreemdeling op het gelijkheidsbeginsel en op het horen voorafgaand aan het besluit. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.