ECLI:NL:RVS:2010:BM0752
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.H.M. van Altena
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van uitzetting Nepalese vreemdeling binnen redelijke termijn ondanks ontbreken originele documenten
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld en stelde beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. Hij voerde aan dat uitzetting binnen een redelijke termijn niet mogelijk was vanwege het ontbreken van originele identiteitsdocumenten en onvoldoende inspanningen van de minister.
De Raad van State overwoog dat eerdere succesvolle uitzettingen van Nepalese vreemdelingen met kopieën van identiteitsdocumenten en aanvullende originele documenten aantonen dat uitzetting met gebruikmaking van een EU-staat mogelijk is. De vreemdeling kon ook worden geacht zijn rijbewijs uit Nepal te laten overkomen.
De Raad stelde vast dat de minister voldoende inspanningen heeft verricht en dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet over de benodigde documenten kan beschikken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde hiermee de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.