ECLI:NL:RVS:2010:BM1474
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Beoordeling asielaanvraag alleenstaande vrouw uit Somalië met clanbescherming
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning asiel voor een alleenstaande vrouw uit Somalië vernietigde. De rechtbank had geoordeeld dat onvoldoende was onderzocht of de vreemdeling bij terugkeer tot een risicogroep behoorde.
De staatssecretaris voerde aan dat alleenstaande vrouwen in Somalië weliswaar een kwetsbare positie hebben, maar dat zij bescherming kunnen krijgen van hun clan en niet systematisch worden blootgesteld aan onmenselijke behandelingen. Het ambtsbericht bevestigt dat clanbescherming mogelijk is, ook al is deze afgenomen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende heeft onderkend dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij behoort tot een groep die systematisch onmenselijke behandelingen ondergaat. De klacht van de staatssecretaris was terecht, maar vernietiging van de uitspraak was niet nodig. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbeterde motivering.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling. De Raad van State bevestigde het standpunt dat de vreemdeling geen aanspraak kan maken op bescherming op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat het reële risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro niet is aangetoond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de vreemdeling geen aanspraak kan maken op bescherming omdat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij behoort tot een groep die systematisch onmenselijke behandeling ondergaat.