Uitspraak
200705395/1, 200705270/1 en 200705171/1, heeft de Afdeling de daartegen ingestelde hoger beroepen gegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank van 11 juni 2007 vernietigd voor zover daarbij is bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit van 9 februari 2006 in stand blijven.
200904449/1/R2, heeft de Afdeling de tegen het besluit omtrent de goedkeuring van het bestemmingsplan ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Het bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologische kader voor de ontwikkeling van het perceel, waarop de vrijstelling betrekking heeft en is de titel voor de ruimtelijke ingreep waartegen [appellant sub 2] en de Bewonersvereniging zich richten. Thans kan het bouwplan zonder vrijstelling worden gerealiseerd. Omdat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een belang bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak voor zover deze ziet op de vrijstelling kan worden aangenomen, moet gelet op het vorenstaande worden geoordeeld dat [appellant sub 2] en de Bewonersvereniging in zoverre geen belang hebben bij een beoordeling van die uitspraak.
200904449/1/R2wordt geoordeeld dat GS zich in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het plan niet zal leiden tot een tekort aan parkeerplaatsen in de buurt. Onder verwijzing naar hetgeen in overweging 2.6.5 van die uitspraak is opgenomen, ziet de Afdeling evenmin aanleiding om [appellant sub 2] en de Bewonersvereniging te volgen in hun standpunt dat de rechtbank ten onrechte geen aanleiding heeft gezien voor het oordeel dat het bouwvergunning voor wat betreft de daarin opgenomen parkeernormen in strijd met de bouwverordening Zaanstad is verleend.