ECLI:NL:RVS:2010:BM2304
Raad van State
- Hoger beroep
- P. van Dijk
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling met gids- en tolkactiviteiten geen vrije beroepsbeoefenaar onder Protocol Verdrag Vriendschap en Handel
De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie om hem geen verblijfsvergunning te verlenen op grond van het Protocol bij het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen Nederland en de Verenigde Staten. De kernvraag was of zijn gids- en tolkactiviteiten als vrije beroepsuitoefening konden worden aangemerkt, waardoor hij uitgesloten zou zijn van de werkingssfeer van het Verdrag.
De Raad van State onderzocht de geschiedenis en context van het Verdrag en het Protocol, waarbij werd vastgesteld dat artikel 8 van Pro het Protocol uitsluitend vrije beroepsbeoefenaren met een publieke taak of in de gezondheidszorg of publieke veiligheid uitsluit. De gids- en tolkactiviteiten van de vreemdeling voldeden niet aan deze criteria.
De rechtbank had dit niet onderkend en het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad van State vernietigde deze uitspraak en het besluit van de staatssecretaris. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris tot weigering van verblijf wordt vernietigd.