Uitspraak
200805284/1overweegt de Afdeling dat ingevolge artikel 13, eerste lid, van het Bijdragebesluit als hoofdregel geldt dat een declaratie vóór 1 oktober van het jaar volgend op de beëindiging van de opsporings- of ruimingswerkzaamheden moet worden ingediend om voor een bijdrage in aanmerking te kunnen komen. Het tweede lid bevat, anders dan de rechtbank heeft overwogen, geen voorschrift voor de inrichting van een declaratie, maar een uitzondering op de hoofdregel voor het indienen van een declaratie voor opsporingswerkzaamheden met een doorlooptijd langer dan 12 maanden. Dit betekent dat de minister bij het besluit van 6 september 2007 is uitgegaan van een juiste uitleg van artikel 13, eerste en tweede lid, van het Bijdragebesluit. Dat bij langdurige projecten een declaratie van de kosten per kalenderjaar vóór 1 oktober van het opvolgende kalenderjaar moet worden ingediend heeft als reden dat de minister, gelet op artikel 3, eerste en vijfde lid, van het Bijdragebesluit, jaarlijks het budget van de verplichtingen voor de opsporing en ruiming van explosieven vaststelt en een bijdrage alleen wordt toegekend voor zover dat budget niet wordt overschreden. In dit verband is ter zitting van de zijde van de minister toegelicht dat de minister de jaarlijkse declaraties mede gebruikt voor de begroting van het budget. In het hoger beroepschrift is verder uiteengezet, samengevat weergegeven, dat de minister aan de hand van de ingediende declaraties berekent of het beschikbare budget toereikend is om alle declaraties te honoreren.
200603120/1, op 10 oktober 2006 ter zitting behandeld en daarin op 14 maart 2007 uitspraak gedaan. Daargelaten dat het aanhangig zijn van een zaak bij de Afdeling over een eerdere declaratie niet in de weg stond aan de tijdige indiening van de declaratie van kosten voor in 2003 en 2004 uitgevoerde werkzaamheden, heeft de gemeente de declaratie reeds vóór die zitting en uitspraak, op 24 augustus 2006, ingediend. De rechtsvraag in zaak nr.
200603120/1betrof verder niet de uitleg van artikel 13, eerste en tweede lid, van het Bijdragebesluit. Voorts is die zaak beëindigd door een nieuw besluit op bezwaar van 13 november 2007, derhalve na de besluiten van 12 december 2006 en 6 september 2007. Ten slotte is niet gebleken dat de minister door woord of gedrag kenbaar heeft gemaakt dat de gemeente de declaratie eerst na beëindiging van de werkzaamheden behoefde in te dienen.