ECLI:NL:RVS:2010:BM2615
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- M.J. van der Zijpp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening handhaving nevenactiviteiten veehouderij
Bij besluit van 2 oktober 2009 wees het college het verzoek van verzoeker af om bestuurlijke handhavingsmiddelen toe te passen tegen de nevenactiviteiten van een veehouderij aan een locatie in een plaats. Na bezwaar verklaarde het college dit besluit gedeeltelijk gegrond en herroept het. Verzoeker stelde beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzitter behandelde het verzoek op 7 april 2010, waarbij het college en de vergunninghouder als partijen verschenen. De voorzitter overwoog dat de nevenactiviteiten niet vergund waren, zodat het college bevoegd was tot handhaving. Echter, het college had een ontwerpbesluit tot vergunningverlening opgesteld dat spoedig zou leiden tot legalisatie van de activiteiten.
Gelet op het algemene belang van handhaving, maar ook de bijzondere omstandigheden van een aanstaande vergunningverlening, oordeelde de voorzitter dat er geen onverwijlde spoed bestond voor een voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot handhaving van niet-vergunde nevenactiviteiten bij de veehouderij wordt afgewezen wegens aanstaande vergunningverlening.