Uitspraak
200805817/1/M2) zijn bij zo'n besluit rechtstreeks de belangen betrokken van iedere persoon die door de realisering van de voorgenomen activiteit rechtstreeks in zijn belangen wordt geraakt.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten stelde op 24 april 2008 hogere grenswaarden vast voor de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai in het kader van de aanleg van het Wansinktracé te Holten. Deze hogere waarden betroffen zowel bestaande als nieuwe woningen. Omwonenden, hier appellanten genoemd, stelden beroep in tegen dit besluit omdat zij meenden dat het college onvoldoende had onderzocht of geluidreducerende maatregelen mogelijk waren en dat het akoestisch onderzoek onjuist was uitgevoerd.
De Raad van State oordeelde allereerst dat appellanten als direct omwonenden belanghebbenden zijn bij het besluit, ondanks het ontbreken van een schriftelijke machtiging om namens een groep bewoners op te treden. Vervolgens stelde de Afdeling vast dat het college voldoende onderzoek had gedaan naar de doeltreffendheid van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting, waaronder het gebruik van stil asfalt en het afwijzen van geluidsschermen vanwege stedenbouwkundige en verkeerskundige bezwaren.
Daarnaast werd geoordeeld dat het akoestisch onderzoek niet onjuist was uitgevoerd; de gebruikte verkeersmodellen en cijfers waren adequaat onderbouwd en de Stationstraat en Waagweg waren terecht buiten beschouwing gelaten omdat zij buiten de relevante zone van 200 meter van de weg lagen en geen planologische ontwikkelingen betroffen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van omwonenden tegen het besluit tot vaststelling van hogere geluidgrenswaarden voor het Wansinktracé is ongegrond verklaard.