Uitspraak
200602029/1, van 11 augustus 2004 in zaak nr.
200305650/1en van 31 juli 2002 in zaak nr.
200103200/1, waarin zij door de Afdeling als belanghebbenden zijn aangemerkt. Uit de bewoordingen van de rechtbank dat de omwonenden in die zaken 'mogelijk wel zicht hadden' op de daarin aan de orde zijnde bomen, leiden zij af dat de rechtbank niet is nagegaan of de situaties in die procedures vergelijkbaar zijn met dit geval. Indien dat wel was gedaan, waren zij ook in deze zaak als belanghebbenden beschouwd, aldus de omwonenden.
200602029/1aan de orde waren, hoger zijn en een grotere kroon hebben dan de conifeer en de omwonenden op deze eik en deze linde rechtstreeks zicht hebben. De situaties zijn daarom niet vergelijkbaar. Ook de andere zaken waarnaar door de omwonenden is verwezen, zijn niet vergelijkbaar met de in geding zijnde zaak, nu deze betrekking hadden op een herplantplicht van 160 bomen ten laste van [vergunninghouder], een daartoe opgelegde last onder dwangsom en de weigering van een vergunning voor het aanleggen van een tuin op het perceel van [vergunninghouder].