Uitspraak
200400154/1, het ontbreken van toestemming van een programma-aanbieder voor uitzending van zijn programma zich onder omstandigheden laat vergelijken met het ontbreken van auteursrechtelijke toestemming en derhalve een zwaarwichtige reden vormt om af te wijken van het advies van een programmaraad. Onder verwijzing naar die uitspraak stelt Ziggo zich terecht op het standpunt dat op een kabelexploitant in dat geval niet de verplichting rust om met een programma-aanbieder in onderhandeling te treden over de doorgifte van het geadviseerde programma. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, is de zaak die leidde tot de uitspraak van 28 juli 2004 echter niet vergelijkbaar met deze zaak. In die zaak hadden de programma-aanbieders inhoudelijke en commerciële bezwaren tegen de opname van hun programma's in het wettelijke minimumpakket. In deze zaak blijkt uit de brieven van de NPO van 21 september 2007 en 11 april 2008 dat de Concertzender alleen niet voor doorgifte beschikbaar was, omdat de NPO noch Ziggo bereid was de kosten van die doorgifte te betalen. Nu het afbreken van de onderhandelingen uitsluitend is ingegeven door dit kostenaspect, onderscheidt de daardoor ontstane situatie zich in wezen niet van de situatie waarop Ziggo zich met haar tweede aangevoerde reden beroept, namelijk dat van haar in redelijkheid niet kan worden verwacht dat zij de kosten van doorgifte voor haar rekening moet nemen. De Afdeling zal derhalve tot beoordeling van die reden overgaan.