ECLI:NL:RVS:2010:BM4175

Raad van State

Datum uitspraak
12 mei 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200904530/1/M2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Th.G. Drupsteen
  • H. Borstlap
  • Y.E.M.A. Timmerman-Buck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.4 Wet milieubeheerArt. 6:13 AwbArt. 3:15 AwbArt. 3:16 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late zienswijzen bij revisievergunning varkenshouderij

Het college van burgemeester en wethouders van Landerd verleende op 28 april 2009 een revisievergunning voor een varkenshouderij aan een vergunninghouder. Dit besluit werd op 14 mei 2009 ter inzage gelegd. De Stichting Natuur en Milieu Landerd stelde beroep in tegen dit besluit bij de Raad van State.

De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het beroep. Volgens artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een beroep niet-ontvankelijk worden verklaard indien een belanghebbende geen zienswijzen binnen de daarvoor gestelde termijn heeft ingediend. De wettelijke termijn voor het indienen van zienswijzen bedroeg zes weken vanaf de terinzagelegging van het ontwerpbesluit op 27 november 2008, derhalve tot 7 januari 2009.

De Stichting bracht haar zienswijzen pas op 8 januari 2009 naar voren, dus buiten de termijn. Er waren geen omstandigheden die dit redelijkerwijs konden rechtvaardigen. Daarom verklaarde de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep van de Stichting werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het buiten de termijn indienen van zienswijzen.

Uitspraak

200904530/1/M2.
Datum uitspraak: 12 mei 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
de stichting Stichting Natuur en Milieu Landerd, gevestigd te Landerd,
appellante,
en
het college van burgemeester en wethouders van Landerd,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 28 april 2009 heeft het college aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een varkenshouderij aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 14 mei 2009 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit heeft de Stichting bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 juni 2009, beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.
De Stichting, het college en [vergunninghouder] hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.
De Stichting, het college en [vergunninghouder] hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 april 2010, waar de Stichting, vertegenwoordigd door W.H.M. Verbruggen en J.T.A. van Eijden, en het college, vertegenwoordigd door ing. M.M.J. Pijnenburg en C.H.J. Cranen, bijgestaan door J. Vos, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [vergunninghouder], in persoon, bijgestaan door ir. E.J.L. van Kessel, als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, voor zover hier van belang, kan geen beroep worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar Pro voren heeft gebracht.
Ingevolge artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen zes weken. Ingevolge het tweede lid vangt deze termijn aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd.
Onder het niet naar voren brengen van zienswijzen als bedoeld in artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht moet mede worden verstaan: het buiten de in artikel 3:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde termijn naar voren brengen van zienswijzen.
2.2. Vaststaat dat voorafgaand aan de terinzagelegging openbare kennisgeving van het ontwerp van het besluit heeft plaatsgevonden. Het ontwerp van het besluit is - zoals in de kennisgeving is vermeld en ter zitting is bevestigd - op 27 november 2008 ter inzage gelegd. Gelet op artikel 3:16, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen geëindigd op 7 januari 2009.
Gebleken is dat de Stichting haar zienswijzen - bij brief van 8 januari 2009 - op 8 januari 2009 in de brievenbus van het gemeentehuis heeft gedeponeerd. De Stichting heeft haar zienswijzen derhalve buiten de termijn naar voren gebracht. Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan haar dit redelijkerwijs niet kan worden verweten.
Uit het vorenstaande volgt dat het beroep van de Stichting niet-ontvankelijk is.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, voorzitter, en drs. H. Borstlap en mr. Y.E.M.A. Timmerman-Buck, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.G. Timmerman, ambtenaar van Staat.
w.g. Drupsteen w.g. Timmerman
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2010
431.