ECLI:NL:RVS:2010:BM5039
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen aanwijzing college Zuid-Holland inzake ontgrondingsvergunning Boskalis
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland gaf op 29 mei 2009 aan Boskalis een aanwijzing op grond van voorschrift 8.8, verbonden aan een ontgrondingsvergunning, waarbij binnen acht weken een risicoanalyse en geactualiseerd werkplan moesten worden opgesteld. Boskalis maakte bezwaar tegen deze aanwijzing, dat door het college ongegrond werd verklaard.
Boskalis stelde dat het college ten onrechte de aanwijzing had gegeven omdat de bevoegdheid daartoe alleen geldt bij een actuele calamiteit in relatie tot de zandwinning. Het college baseerde de aanwijzing op oevervallen uit 2002, 2003 en 2004 en een rapport uit 2009, en stelde dat onmiddellijk optreden nodig was.
De voorzitter oordeelde dat het college de aanwijzing onjuist had gebaseerd, omdat de calamiteiten waarop de aanwijzing steunt niet recent waren en voorschrift 8.8 alleen ziet op aanwijzingen bij actuele calamiteiten. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening deels toegewezen, het besluit geschorst en het griffierecht aan Boskalis vergoed.
De voorzitter wees het verzoek af voor de andere betrokken vennootschappen die geen bezwaar hadden gemaakt tegen het besluit, omdat hen dat redelijkerwijs verweten kon worden. De voorlopige voorziening is niet bindend voor de bodemprocedure.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen voor Boskalis en het besluit van het college geschorst wegens onjuiste uitleg van voorschrift 8.8.