ECLI:NL:RVS:2010:BM5040
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- P.A. Melse
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen aanwijzing zandwinning Zevenhuizerplas
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland gaf op 15 oktober 2009 een aanwijzing aan Boskalis/Rijnland op grond van voorschrift 8.8 van de ontgrondingsvergunning, vanwege overschrijding van een hellingshoek bij zandwinning in de Zevenhuizerplas. Boskalis/Rijnland en Boskalis maakten bezwaar tegen deze aanwijzing, dat door het college op 16 februari 2010 werd afgewezen. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de Raad van State en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat Rijnland geen bezwaar had gemaakt en dat het beroep van Rijnland daarom waarschijnlijk niet-ontvankelijk zou zijn. De voorzitter stelde vast dat het college de aanwijzing baseerde op oevervallen uit 2002, 2003 en 2004, terwijl voorschrift 8.8 alleen bevoegdheid geeft tot aanwijzingen bij actuele calamiteiten. Hierdoor was de aanwijzing onjuist gebaseerd.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening gedeeltelijk toegewezen: het besluit van 15 oktober 2009 en het besluit van 16 februari 2010 werden geschorst voor Boskalis/Rijnland en Boskalis, terwijl het verzoek van Rijnland werd afgewezen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan Boskalis/Rijnland en Boskalis vergoed. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een juiste uitleg van vergunningvoorschriften en het belang van actuele calamiteiten voor het geven van aanwijzingen.
Uitkomst: Het besluit van het college tot aanwijzing wordt geschorst wegens onjuiste uitleg van vergunningvoorschrift 8.8.