ECLI:NL:RVS:2010:BM5494
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat asielgerelateerde beletselen niet relevant zijn voor reguliere verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie heeft een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen omdat hij niet beschikte over een geldig document voor grensoverschrijding. De vreemdeling voerde aan dat hij buiten zijn schuld Nederland niet kon verlaten vanwege zijn asielprocedure. De rechtbank had het besluit van de staatssecretaris vernietigd en het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht had geoordeeld dat de vreemdeling niet voldeed aan de vereisten van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 3.72 van het Vreemdelingenbesluit 2000. De Afdeling benadrukte dat de systematiek van de Vreemdelingenwet 2000 een strikte scheiding aanbrengt tussen asiel en regulier, waardoor asielgerelateerde beletselen niet mogen worden meegewogen bij de beoordeling van een reguliere verblijfsvergunning.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt ongegrond verklaard.