ECLI:NL:RVS:2010:BM5496
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid uitzetting en toepassing Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, waarin de rechtbank het beroep van vreemdelingen tegen het niet doen van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet gegrond verklaarde. De vreemdelingen waren op 22 februari 2004 uitgezet naar Servië, waardoor zij niet voldeden aan de vereiste van ononderbroken verblijf sinds 1 april 2001.
De rechtbank had in haar uitspraak de rechtmatigheid van de uitzetting opnieuw beoordeeld en geoordeeld dat de staatssecretaris toepassing had moeten geven aan artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte van de rechtmatigheid van de uitzetting mocht afwijken, omdat deze reeds door de voorzieningenrechter was beoordeeld bij een eerdere voorlopige voorziening.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond. Hierdoor blijft het besluit van de staatssecretaris om geen aanbod te doen op grond van de Regeling in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.