ECLI:NL:RVS:2010:BM5523
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- D. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Opschorting overdrachtstermijn op grond van Dublinverordening na voorlopige voorziening
De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen een afwijzing van een verblijfsvergunning gegrond verklaarde. De vreemdeling had tevens een voorlopige voorziening gevraagd om opschorting van de overdrachtstermijn volgens de Dublinverordening.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat door de eerdere toewijzing van een voorlopige voorziening door de rechtbank op 13 augustus 2009, een nieuwe termijn van zes maanden voor overdracht is aangevangen na de beslissing op het beroep van 24 december 2009. Hierdoor zou het hoger beroep zonder opschorting illusoir zijn.
Daarom wordt aan het hoger beroep opschortende werking verleend conform artikel 20, eerste lid, aanhef en onder d, van de Verordening (EG) 343/2003, waardoor de overdrachtstermijn wordt opgeschort vanaf de dag na de uitspraak van 18 mei 2010. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De opschorting van de overdrachtstermijn op grond van de Dublinverordening wordt toegewezen en blijft van kracht totdat op het hoger beroep is beslist.