Uitspraak
200901487/1) is het enkele tijdsverloop, ongeacht de duur daarvan, geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan het college van handhavend optreden had behoren af te zien. De omstandigheid dat de handhavingstrajecten die het college in het verleden heeft opgestart niet tot feitelijke handhaving hebben geleid, brengt dan ook niet met zich dat het college niet tegen met het bestemmingsplan strijdig gebruik op het perceel zou mogen optreden. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is nodig dat het bevoegde bestuursorgaan, in dit geval het college, ter zake mededelingen doet waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Niet aannemelijk is gemaakt dat daarvan sprake is geweest. Het betoog faalt.