ECLI:NL:RVS:2010:BM6861
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ononderbroken verblijf en doorverwijzingsbrief bij aanvraag verblijfsvergunning
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van een vreemdeling tegen het niet ambtshalve doen van een aanbod op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet gegrond verklaarde.
De kern van het geschil is of de vreemdeling sinds 1 april 2001 ononderbroken in Nederland heeft verbleven, een voorwaarde voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning op grond van de Regeling. De rechtbank had de mededeling van de staatssecretaris dat de vreemdeling ten onrechte niet in het bezit was gesteld van een doorverwijzingsbrief doorslaggevend geacht, terwijl volgens de Raad van State uit de Regeling en het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2000 nr. 2008/31 volgt dat vreemdelingen zich tot 1 januari 2009 ook zonder doorverwijzingsbrief bij de gemeente konden melden.
De vreemdeling had zich echter niet vóór die datum gemeld, waardoor het oude regime niet op hem van toepassing was. Omdat hij ook geen burgemeestersverklaring of ander bewijs over ononderbroken verblijf kon overleggen, heeft de staatssecretaris terecht geoordeeld dat hij niet voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Daarnaast oordeelt de Raad van State dat het afzien van het horen van de vreemdeling in bezwaar terecht was, omdat het bezwaar geen redelijke kans bood op een ander oordeel. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.