ECLI:NL:RVS:2010:BM7422
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- T.M.A. Claessens
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Besluit minister inzake machtiging voorlopig verblijf in strijd met zorgvuldigheidsvereiste
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf, welke door de minister werd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarbij zij onder meer aanvoerde dat zij niet persoonlijk was gehoord, ondanks dat er onduidelijkheden bestonden over het gezinsleven met haar referenten en de familierechtelijke relatie.
De Raad van State constateerde dat de minister niet had voldaan aan de hoorplicht zoals bedoeld in artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Hoewel de referenten en de stiefmoeder van de vreemdeling wel waren gehoord, ontbrak het aan een persoonlijk gehoor van de vreemdeling zelf, waardoor relevante feiten onvoldoende waren vastgesteld.
Verder oordeelde de Raad dat de minister ten onrechte geen rekening had gehouden met de bewijsnood die de vreemdeling aannam bij het aantonen van de familierechtelijke relatie en het aanleveren van documenten. De minister had de vreemdeling in persoon moeten horen om opheldering te verkrijgen over onduidelijkheden omtrent het gezinsleven en verblijf in Somalië en Eritrea.
De Raad verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is vernietigd wegens schending van de zorgvuldigheidsvereiste.