ECLI:NL:RVS:2010:BM7433
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- M.G.J. Parkins de Vin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verlenging verblijfsvergunning wegens medische noodsituatie hiv/aids
De vreemdeling, lijdend aan hiv/aids, verzocht om verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van een medische noodsituatie. De staatssecretaris wees dit verzoek af met verwijzing naar adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA) waarin werd gesteld dat de benodigde medische behandeling in medisch-technische zin in Ghana beschikbaar is, hoewel de feitelijke toegankelijkheid beperkt is.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom informatie van UNAIDS niet langer relevant was, maar de Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris wel degelijk adequaat heeft gemotiveerd dat de UNAIDS-informatie slechts illustratief was en niet relevant voor de medisch-technische beschikbaarheid van de behandeling.
Verder heeft de vreemdeling onvoldoende medische onderbouwing geleverd dat zijn ziekte in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium is, zoals vereist volgens jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens om uitzetting te voorkomen op grond van artikel 3 EVRM Pro.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. De staatssecretaris heeft naar het oordeel van de Raad voldoende gemotiveerd en gehandeld binnen het geldende beleid.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.