ECLI:NL:RVS:2010:BM7718
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- W. Konijnenbelt
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit planschadevergoeding wegens onvoldoende motivering WOZ-waarde
Appellant, eigenaar van percelen te Venlo, vorderde vergoeding van planschade wegens planologische wijzigingen die de waarde van zijn woning en grond negatief beïnvloedden. Het college kende aanvankelijk € 10.000 toe, later verhoogd naar € 11.000, vermeerderd met wettelijke rente.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of het college de planschade correct had vastgesteld, met name de motivering van de WOZ-waarde.
De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de planschade € 11.000 bedroeg, terwijl het verschil in WOZ-waarde tussen vrijstaande woning en hoekwoning € 76.000 bedroeg. Het college had dit niet adequaat toegelicht, waardoor het besluit vernietigd moest worden.
Echter, de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand omdat het college nadere schriftelijke toelichting had gegeven waaruit bleek dat onder het oude planologische regime reeds substantiële bebouwing mogelijk was. Daarnaast werd appellant veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het college de proceskosten aan appellant moest vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van het college over de planschadevergoeding wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.