Uitspraak
200607461/1, 12 maart 2008 in zaak nr. 200704906/1, 3 juni 2009 in zaak nr.
200803230/1/V6, 17 juni 2009 in zaak nr.
200806748/1/V6, 16 september 2009 in zaak nr.
200900632/1/V6) vloeit het volgende voort.
Raad van State
Appellante kreeg een boete van € 23.000 opgelegd wegens overtreding van de artikelen 2 en 15 van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete betrof het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning en het niet tijdig doorgeven van identiteitsdocumenten.
De Raad van State oordeelde dat de boete ten aanzien van negen Duitse werknemers in strijd was met het vrije verkeer van werknemers zoals beschermd door het EG-Verdrag (nu VWEU). De doorzendplicht van identiteitsdocumenten vormde een belemmering die niet gerechtvaardigd kon worden door een dwingende reden van algemeen belang.
Daarnaast werd de boete voor de overtreding van artikel 2 door Pro een Poolse werknemer gematigd vanwege een verminderde mate van verwijtbaarheid, omdat appellante de vervalsing van het identiteitsbewijs niet volledig kon ontdekken. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en de boete herzien en vastgesteld op € 5.500.
Uitkomst: De boete werd herroepen en gematigd tot € 5.500 wegens strijd met EU-recht en verminderde verwijtbaarheid.