ECLI:NL:RVS:2010:BM8424
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging in hoger beroep van vernietiging besluit over ononderbroken verblijf vreemdeling
De vreemdeling stelde in bezwaar dat hij niet met de genoemde vluchten was vertrokken, maar met een andere vlucht op dezelfde dag naar zijn land van herkomst. De staatssecretaris onderzocht dit en concludeerde dat de vreemdeling inderdaad op 27 januari 2005 per vliegtuig uit Nederland vertrok, wat betekende dat hij niet voldeed aan de vereisten voor een aanbod volgens de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet.
De rechtbank vernietigde het besluit van 24 februari 2009 omdat de staatssecretaris onvoldoende was ingegaan op de overgelegde verklaringen, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de verklaring van de KLM niet had betrokken bij haar beoordeling, maar dat dit niet tot een ander oordeel leidt.
De Raad bevestigde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit terecht in stand blijven omdat de vreemdeling op de bewuste datum daadwerkelijk is vertrokken, waardoor hij niet in aanmerking komt voor het aanbod. Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand omdat de vreemdeling op 27 januari 2005 per vliegtuig is vertrokken.