Uitspraak
200703277/1) valt niet in te zien dat met toepassing van de, ten opzichte van de in artikel 17 van Pro de WRO vervatte procedure, zwaardere procedure van artikel 19, eerste lid, van de WRO niet een tijdelijke vrijstelling kan worden verleend. Zoals Bage Groep terecht betoogt, zien de voor het verlenen van vrijstelling krachtens artikel 17 van Pro de WRO geldende wettelijke vereisten en de daarop betrekking hebbende jurisprudentie van de Afdeling niet op de toepassing van artikel 19, eerste lid, van de WRO. Dat neemt echter niet weg dat, indien voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het project waarvoor krachtens laatstgenoemd artikellid vrijstelling voor een bepaalde termijn wordt verleend de tijdelijkheid van essentieel belang is, in hoge mate waarschijnlijk dient te zijn dat de desbetreffende afwijking van het geldende bestemmingsplan inderdaad niet langer dan de gestelde termijn zal duren. Volgens de ruimtelijke onderbouwing die aan de verleende vrijstelling ten grondslag is gelegd, is op het perceel vestiging van een supermarkt met slijterij ruimtelijk aanvaardbaar geacht omdat deze vestiging maximaal tien jaar geopend zal blijven. Ook gedeputeerde staten achten blijkens de verleende verklaring van geen bezwaar bedoelde vestiging, die afwijkt van het provinciale detailhandelsbeleid, uitsluitend toelaatbaar als deze niet langer dan tien jaar in stand zal worden gehouden. Uit het voorgaande volgt dat de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het gebruik van het bedrijfspand als supermarkt met slijterij onlosmakelijk met de tijdelijkheid van deze voorziening is verbonden.