Uitspraak
200303114/1), moet voor een antwoord op de vraag of sprake is van een gelijkblijvend aantal woningen aansluiting worden gezocht bij de bebouwingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. In dit geval stelt het bestemmingsplan geen beperkingen aan het aantal wooneenheden, zodat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het bouwplan niet leidt tot een toename van het aantal ingevolge het bestemmingsplan toegelaten woningen. Het betoog van [appellant] dat het bouwplan voorziet in twee woongebouwen met elk zeven appartementen, terwijl in de bij het bestemmingsplan gevoegde bijlage 4 "Nota van uitgangspunten locatie Weissenbruchstraat" (hierna: de nota) wordt uitgegaan van de bouw van vier woningen, leidt niet tot een ander oordeel. Deze nota is een bijlage bij de toelichting op het bestemmingsplan. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 16 februari 2005 in zaak nr.
200404104/1), maakt de toelichting geen deel uit van het bestemmingsplan. Daaraan komt op zichzelf dan ook geen bindende betekenis toe, zodat aan een bijlage bij de toelichting, in dit geval de nota, evenmin een dergelijke betekenis toekomt. Gelet hierop, heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college bevoegd was met toepassing van artikel 19, derde lid, van de WRO vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen.
200302477/1), is de procedure op grond van artikel 19 van Pro de WRO een naast de bestemmingsplanprocedure staande en los daarvan toepasbare procedure. Het staat het college vrij om daarvan gebruik te maken. Ook in dit geval leidt de stelling van [appellant] dat de voorzieningenrechter in de uitspraak van 8 juli 2008 anderszins heeft overwogen niet tot een ander oordeel.