ECLI:NL:RVS:2010:BM8853
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.A. Hagen
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving tegen zonder vergunning opgericht bouwwerk in Beemster
Het college van burgemeester en wethouders van Beemster weigerde handhavend op te treden tegen een bouwwerk van 70 m2 dat zonder bouwvergunning was opgericht op een perceel in Beemster. De voormalige eigenaar had het bouwwerk opgericht zonder vergunning en het college constateerde dit in 2000. Het college stelde dat het bevoegd was om handhavend op te treden, maar deed dit niet.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van het college. Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De appellant voerde aan dat er concreet zicht op legalisering bestond omdat delen van het bouwwerk vergunningvrij zouden zijn volgens het Besluit bouwvergunningsvrije en licht bouwvergunningplichtige werken. Dit werd door de Raad van State verworpen omdat het bouwwerk als geheel groter was dan de toegestane oppervlakte.
Verder stelde appellant dat de overtreding niet kenbaar was bij verkrijging van het perceel, omdat het register kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen toen nog niet bestond. De Raad van State oordeelde dat appellant pas overtreder werd na de wetswijziging in 2007 en dat hem geen onderzoek kon worden verlangd bij verkrijging in 2005. Dit betekent dat handhavend optreden op grond van dat artikel niet passend was, maar het college kon wel handhaven op grond van een ander lid van de Woningwet.
Appellant voerde ook aan dat handhaving onevenredig was vanwege privacy en geluidsoverlast. De Raad van State vond dat onvoldoende gemotiveerd en dat het algemeen belang bij handhaving zwaarder woog. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verwees het beroep van de wederpartij tegen het nieuwe besluit van het college terug naar de rechtbank Haarlem.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit van het college om niet handhavend op te treden tegen het bouwwerk en verwijst het beroep tegen het nieuwe besluit terug naar de rechtbank.