ECLI:NL:RVS:2010:BM8856
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet-vaststelling bestemmingsplan woning Arcen
De appellant heeft een aanvraag ingediend voor het vaststellen van een bestemmingsplan dat het bouwen van een woning achter op zijn perceel in Arcen mogelijk maakt. Het college van burgemeester en wethouders had een ontwerpbestemmingsplan met een bouwvlak ter inzage gelegd, maar de gemeenteraad besloot het plan niet vast te stellen vanwege het handhaven van de voorgevelrooilijn uit het vigerende bestemmingsplan en de vrees voor precedentwerking.
De appellant voerde aan dat het college verwachtingen had gewekt dat het plan zou worden vastgesteld en dat de bestaande regeling onvoldoende bouwmogelijkheden bood vanwege bijzondere omstandigheden zoals een bushalte en een smalle perceelvoorzijde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bevoegdheid tot vaststelling bij de raad ligt en dat het college geen rechten kan doen ontstaan. Daarnaast waren de bijzondere omstandigheden al bekend bij het vaststellen van het vigerende bestemmingsplan en rechtvaardigen deze geen afwijking.
De raad heeft een ruime beleidsvrijheid en mocht het belang van de appellant minder zwaar laten wegen dan het belang van het handhaven van het bestemmingsplan. De motivering van de raad was deugdelijk en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-vaststellen van het bestemmingsplan voor de woning in Arcen wordt ongegrond verklaard.