ECLI:NL:RVS:2010:BM9315
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen legesheffing bij verblijfsvergunning langdurig ingezetene Zwitserse onderdaan
De zaak betreft een hoger beroep van een Zwitserse vreemdeling tegen de heffing van leges voor de afgifte van een verblijfsvergunning met de aantekening "EG langdurig ingezetene". De vreemdeling stelde dat de leges hoger waren dan die voor burgers van de Europese Unie, wat volgens haar in strijd was met het discriminatieverbod op grond van nationaliteit.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Raad van State oordeelde dat de rechtbank niet voldoende was ingegaan op het betoog van de vreemdeling over de gunstiger bepalingen in bilaterale overeenkomsten. De Raad stelde vast dat de richtlijn 2003/109/EG geen verbod op legesheffing bevat en dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de hogere leges waren geheven.
Desondanks besloot de Raad dat de rechtsgevolgen van het besluit van de staatssecretaris in stand konden blijven, omdat bij correcte toepassing van het recht de uitkomst niet anders zou zijn. De minister van Justitie werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak en het besluit worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.