ECLI:NL:RVS:2010:BM9325
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling taalanalyse en contra-expertise in asielprocedure vreemdeling uit Burundi
De vreemdeling, die stelt geboren en opgegroeid te zijn in Bujumbura, Burundi, vroeg asiel aan. De staatssecretaris liet een taalanalyse uitvoeren die concludeerde dat de vreemdeling Swahili spreekt met een tongval die hem buiten Burundi plaatst en dat hij geen Kirundi spreekt, de nationale taal van Burundi. De vreemdeling overlegde een contra-expertise die deze conclusie betwistte en stelde dat hij wel degelijk tot de spraakgemeenschap van Burundi behoort.
Het Bureau Land en Taal (BLT) en de deskundige Ndayiragije wisselden meerdere malen van standpunt over de taalanalyse en contra-expertise. Het BLT handhaafde het standpunt dat de vreemdeling niet uit Burundi afkomstig is, terwijl Ndayiragije de contra-expertise verdedigde. De rechtbank oordeelde dat de contra-expertise afbreuk doet aan de taalanalyse en dat het besluit van de staatssecretaris ondeugdelijk was gemotiveerd.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het BLT onvoldoende concrete argumenten gaf om de contra-expertise te weerleggen. De staatssecretaris heeft daarmee niet aannemelijk gemaakt dat het asielrelaas ongeloofwaardig is. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en oordeelt dat de staatssecretaris het asielrelaas ondeugdelijk heeft gemotiveerd.