ECLI:NL:RVS:2010:BM9657
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- W.G. Timmerman
- Rechtspraak.nl
Oordeel over geurbelasting en revisievergunning varkenshouderij volgens Wet geurhinder en veehouderij
Het college van burgemeester en wethouders van Halderberge verleende op 10 november 2009 een revisievergunning voor een varkenshouderij aan een vergunninghoudster. Deze vergunning werd ter inzage gelegd en daarop stelde een appellant beroep in bij de Raad van State wegens vrees voor geurhinder.
De appellant stelde dat de geurbelasting door de varkenshouderij de toegestane grenswaarden zou overschrijden. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste dit aan de Wet geurhinder en veehouderij, waarin is bepaald dat geurbelasting uitsluitend mag worden getoetst volgens de daarin genoemde normen en dat een vergunning geweigerd moet worden als de geurbelasting op een geurgevoelig object hoger is dan toegestaan.
Uit de geurverspreidingsberekeningen bleek dat de geurbelasting op de woning van de appellant zonder maatregelen hoger was dan de grenswaarde, maar met de voorgestelde geurbelastingreducerende maatregelen zoals luchtwassers en gewijzigde emissiepunten, daalde de geurbelasting onder de toegestane norm. De Afdeling oordeelde dat het college terecht de vergunning niet had geweigerd en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 30 juni 2010.
Uitkomst: Het beroep tegen de revisievergunning voor de varkenshouderij wordt ongegrond verklaard omdat de geurbelasting binnen de wettelijke normen blijft.