ECLI:NL:RVS:2010:BM9661
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Konijnenbelt
- J.H. van Kreveld
- J.A. Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende verwijtbaarheid bij valongeval op rolsteiger
De minister legde appellant een boete van € 8100,- op wegens overtreding van artikelen 3.16, eerste lid, en 7.4, tweede lid, van het Arbobesluit, naar aanleiding van een valongeval waarbij een werknemer van appellant viel van een rolsteiger en in het ziekenhuis werd opgenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het boetebesluit. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet verantwoordelijk was voor de rolsteiger, die door een extern bedrijf was opgebouwd en door een werknemer van de hoofdaannemer werd gebruikt zonder zijn medeweten.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende verwijtbaar heeft gehandeld, omdat het gebruik van de rolsteiger buiten zijn invloedssfeer lag en hij geen aanleiding had om de risico's te inventariseren. Daarom was het opleggen van een boete onterecht.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, herroept het boetebesluit en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van verwijtbaarheid en invloedssfeer bij de handhaving van arbeidsomstandighedenwetgeving.
Uitkomst: Het boetebesluit van € 8100,- is vernietigd wegens onvoldoende verwijtbaarheid van appellant.