Uitspraak
200904043/1/H1) moet onder bijgebouw worden verstaan een gebouw dat, zowel in bouwkundige als in functionele zin ondergeschikt is aan en ten dienste staat van een hoofdgebouw.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Wierden verleende op 19 februari 2009 vrijstelling en bouwvergunning voor de oprichting van een woning op een perceel met de bestemming agrarisch gebied met landschappelijke waarde, in strijd met het bestemmingsplan. Het bouwplan was gebaseerd op de beleidsnota Rood voor Rood met gesloten beurs gemeente Wierden, die een maximale woninginhoud van 750 m³ toestaat. De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar van een belanghebbende gegrond en vernietigde het besluit van het college.
Het college en de appellant stelden dat het gebruik van een algemene verklaring van geen bezwaar door gedeputeerde staten terecht was en dat het bouwplan conform de beleidsnota was, onder meer omdat de woning niet op de sloopkavel kon worden teruggebouwd vanwege milieuregelgeving. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de woninginhoud van 1071,1 m³ de beleidsnota overschreed en dat het deel dat als bijgebouw werd aangeduid feitelijk onderdeel van het hoofdgebouw was.
De Raad van State bevestigde de vernietiging van het besluit van 22 juli 2009 en oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom een woning met een inhoud van meer dan 750 m³ toelaatbaar was. Het college werd opgedragen binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de bouwvergunning wordt vernietigd wegens strijd met de beleidsnota Rood voor Rood en het college moet een nieuw besluit nemen.