ECLI:NL:RVS:2010:BN0253
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Walcott Oliai
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep minister wegens termijnoverschrijding in vreemdelingenzaak
De minister van Justitie stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag gegrond verklaarde. De Raad van State oordeelde dat het hoger-beroepschrift niet tijdig was ingediend, aangezien de termijn van vier weken begon te lopen op 2 april 2010 en eindigde op 29 april 2010, terwijl het beroepschrift pas op 3 mei 2010 werd ontvangen.
De minister voerde aan dat de uitspraak formeel pas op 4 april 2010 was verzonden, waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn. Dit verweer werd verworpen omdat de uitspraak volgens de aanbiedingsbrief op 1 april 2010 per fax was verzonden en de minister deze datum ook daadwerkelijk had ontvangen. Bovendien was het onwaarschijnlijk dat de rechtbank de uitspraak op zondag 4 april had verzonden.
Gelet hierop verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €437,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift.