Uitspraak
200606758/1), kan de vraag naar de rechtstreekse werking van bepalingen van een richtlijn alleen rijzen in gevallen van incorrecte implementatie of indien de volledige toepassing van de richtlijn niet daadwerkelijk is verzekerd.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein weigerde een gelijkwaardigheidsverklaring voor stadsverwarming toe te kennen voor het project Blokhoeve. Portaal en Eneco stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Utrecht, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelden zij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat Eneco geen belanghebbende is bij het besluit, omdat haar belang voortvloeit uit een contractuele relatie met Portaal en niet rechtstreeks bij het besluit betrokken is, waardoor haar hoger beroep niet-ontvankelijk is. Ten aanzien van Portaal werd overwogen dat het college binnen haar beoordelingsvrijheid heeft gehandeld door vast te houden aan een forfaitair opwekkingsrendementsgetal van 1,1 voor stadsverwarming, zoals opgenomen in de NEN-norm 5128:2004, ondanks dat Portaal een ander getal wilde toepassen.
Verder werd geoordeeld dat het besluit niet in strijd is met de energieprestatierichtlijn 2002/91/EG en dat het college het advies van het Expertisecentrum Regelgeving Bouw en de Werkgroep Gelijkwaardigheid terecht heeft betrokken. De Afdeling bevestigde daarmee het bestreden uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van Portaal af. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van Eneco werd niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van Portaal ongegrond, waarmee het besluit van het college werd bevestigd.