ECLI:NL:RVS:2010:BN0485
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- W. Sorgdrager
- G.N. Roes
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen verlening revisievergunning veehouderij ondanks eigendomssituatie woning
Het college van burgemeester en wethouders van Ede verleende op 1 september 2009 een revisievergunning voor een veehouderij aan een locatie te Ede. Deze vergunning werd ter inzage gelegd en hiertegen stelde een groep appellanten beroep in bij de Raad van State.
De appellanten voerden aan dat de vergunning ten onrechte was gevraagd en verleend omdat de woning op de locatie niet in eigendom was van de vergunninghouder en dat de geurbelasting bij deze woning aanleiding had moeten zijn om de vergunning te weigeren. De Raad van State overwoog dat het aan de aanvrager is om te bepalen voor welke inrichting een vergunning wordt gevraagd en dat het college de aanvraag moet beoordelen zoals ingediend, ook als deze afwijkt van de feitelijke situatie.
Verder stelde de Raad dat civielrechtelijke verhoudingen, zoals eigendom van de woning, buiten het toetsingskader van de Wet milieubeheer vallen. Ook oordeelde de Raad dat de Wet geurhinder en veehouderij alleen bescherming biedt aan geurgevoelige objecten die geen onderdeel uitmaken van de inrichting, zodat de geurbelasting bij de woning geen reden tot weigering van de vergunning gaf.
De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlening van de revisievergunning is ongegrond verklaard.