Uitspraak
200503479/1) wordt de bestemmingsplanprocedure gekenmerkt door een getrapt stelsel, waarbij het inbrengen van zienswijzen en bedenkingen in beginsel een vereiste is om beroep in te kunnen stellen. Teneinde de betrokkene in staat te stellen om tegen het ontwerpplan, respectievelijk het plan, zoals dat door de gemeenteraad is vastgesteld, gemotiveerd zienswijzen bij de raad en bedenkingen bij verweerder te kunnen inbrengen, is vereist dat niet alleen het (ontwerp)plan ter inzage wordt gelegd, doch tevens de daarop betrekking hebbende stukken.
200206819/1) is artikel 3:11 van Pro de Awb te zien als een uitwerking van de actieve openbaarmakingsplicht, hetgeen ziet op het uit eigen beweging verstrekken van informatie door een bestuursorgaan. De stelling van de raad dat voldaan is aan deze plicht door terinzagelegging van het akoestisch rapport bij het bestemmingsplan "Woonwagenlocaties Helmond" en doordat om inzage in de aanvullende onderzoeken kan worden verzocht, onderschrijft de Afdeling dan ook niet. Een dergelijke uitleg zou er immers toe leiden dat de uit artikel 3:11 van Pro de Awb voortvloeiende verplichting wordt beperkt tot een passieve plicht tot openbaarmaking. Voorts dienen stukken als bedoeld in artikel 3:11 van Pro de Awb niet separaat doch tezamen met het ontwerp, onderscheidenlijk het vastgestelde plan ter inzage te worden gelegd. Ook kan de raad niet worden gevolgd in het ter zitting ingenomen standpunt dat terinzagelegging van het aanvullend akoestisch onderzoek achterwege kon blijven omdat de informatie daaruit integraal in de toelichting bij het bestemmingsplan is opgenomen. Immers, over de twee zich in deze beroepsprocedure bij de stukken bevindende memo's met aanvullende akoestische gegevens is in de toelichting slechts een summiere passage opgenomen, die alleen een korte samenvatting bevat van de conclusie die de raad uit de memo's heeft getrokken. Het standpunt van de raad dat de stukken over het aanvullend onderzoek integraal in de toelichting zijn opgenomen is dan ook onjuist.