ECLI:NL:RVS:2010:BN1114

Raad van State

Datum uitspraak
14 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200909096/1/H1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • P.A. Offers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing belanghebbendheid bij bouwvergunning uitbreiding OLVG te Amsterdam

Het dagelijks bestuur verleende op 29 mei 2008 een bouwvergunning voor de uitbreiding van de begane grondverdieping en een nieuwe gevel van bouwdeel H van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) te Amsterdam. Appellant, wonend in de omgeving, maakte bezwaar tegen dit besluit, maar werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.

Appellant stelde dat hij wel belanghebbende was vanwege zijn afstand tot het bouwplan, het zicht op het perceel en het verdwijnen van groen in zijn omgeving. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant geen direct aan het perceel grenzend pand bewoont en dat een hoog gebouw tussen zijn woning en het bouwplan staat, waardoor hij geen direct zicht heeft op het bouwwerk.

De Afdeling bevestigde dat het bouwplan slechts een geringe ruimtelijke wijziging betreft en dat het verdwijnen van groen appellant niet in voldoende mate onderscheidt van anderen. Hierdoor heeft appellant geen voldoende objectief, actueel en persoonlijk belang dat rechtstreeks wordt geraakt door het besluit.

Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd omdat appellant geen belanghebbende is bij het besluit.

Uitspraak

200909096/1/H1.
Datum uitspraak: 14 juli 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Amsterdam,
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 november 2009
in zaak nr. 08/403 in het geding tussen:
[appellant]
en
het dagelijks bestuur van het stadsdeel Oost-Watergraafsmeer.
1. Procesverloop
Bij besluit van 29 mei 2008 heeft het dagelijks bestuur aan de Stichting Onze Lieve Vrouwe Gasthuis vrijstelling, ontheffing en bouwvergunning verleend voor het vergroten van de begane grondverdieping en het maken van een nieuwe gevel aan het bouwdeel H van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (hierna: OLVG) op het perceel Oosterpark 9 te Amsterdam
(hierna: het perceel).
Bij besluit van 25 november 2008 heeft het dagelijks bestuur het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 29 mei 2008 in stand gelaten.
Bij uitspraak van 5 november 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 november 2009, hoger beroep ingesteld.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 juni 2010, waar [appellant] is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het bouwplan voorziet in een uitbreiding met 73 m² van de begane grondverdieping van bouwdeel H van het OLVG, alsmede in een wijziging van de gevel ter plaatse van de uitbreiding. Het bouwplan is voorzien in een zogenoemde binnentuin op het perceel.
2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het dagelijks bestuur hem terecht geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bij het besluit van 29 mei 2008 heeft geacht. Hij voert daartoe aan dat hij, op grond van het afstands- en het zichtcriterium, alsmede vanwege de omstandigheid dat door het bouwplan groen uit zijn omgeving zal verdwijnen, wel belanghebbend is.
2.2.1. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het besluit.
2.2.2. Vast staat dat [appellant] in de directe omgeving van het te realiseren bouwplan woont. Dit enkele feit maakt echter niet dat zijn belang hiermee rechtstreeks wordt geraakt, nu, zoals ter zitting is komen vast te staan, [appellant] geen bewoner is van een direct aan het perceel grenzend perceel en dat tussen zijn woning en de locatie van het bouwplan een hoog gebouw aanwezig is, waardoor hij geen direct zicht heeft op het voorziene bouwwerk. De rechtbank heeft verder terecht overwogen dat niet aannemelijk is dat de ruimtelijke uitstraling van het bouwplan, dat een relatief geringe wijziging van één van de gebouwen van het OLVG inhoudt, zodanig is, dat [appellant] om die reden als rechtstreeks belanghebbend bij het besluit tot verlening van de vrijstelling, ontheffing en de bouwvergunning dient te worden aangemerkt.
De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat het dagelijks bestuur [appellant] terecht niet rechtstreeks belanghebbend bij het besluit heeft geacht. Dat, zoals hij stelt, groen uit zijn omgeving zal verdwijnen doet aan de juistheid van dit oordeel niet af, nu, voor zover hij al zicht heeft op dit groen, dat hem niet in voldoende mate onderscheidt van anderen.
2.3. Gezien het voorgaande wordt aan hetgeen [appellant] voor het overige heeft aangevoerd, niet toegekomen.
2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van Staat.
w.g. Offers w.g. Van Driel
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2010
414-640.