Uitspraak
200303593/1) blijkt uit de tekst van artikel 28, eerste lid, van de Dhw dat de in artikel 27 vervatte Pro weigeringsgronden als limitatief moeten worden aangemerkt. Ook uit de geschiedenis van de totstandkoming van die bepaling blijkt dat de Dhw een stelsel van imperatieve vergunningverlening behelst, inhoudende dat een vergunning verleend moet worden indien geen van de in de Dhw genoemde weigeringsgronden zich voordoet (Kamerstukken II 1997/98, 25 969, nr. 3, blz. 33). De rechtbank heeft onder verwijzing naar voormelde uitspraak van 29 oktober 2003 terecht overwogen dat de door [appellant A] en anderen gestelde strijdigheid met de bestemmingsplanvoorschriften geen weigeringsgrond als bedoeld in artikel 27 van Pro de Dhw vormt. Voorts is, anders dan [appellant A] en anderen betogen, de Nota geen gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 23, eerste en derde lid, van de Dhw.