ECLI:NL:RVS:2010:BN1924

Raad van State

Datum uitspraak
21 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200909468/1/H1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • P.J.J. van Buuren
  • R. van Heusden
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:12 AwbArtikel 11 W.R.O.
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging weigering vrijstelling en bouwvergunning voor uitbreiding supermarkt wegens onvoldoende motivering

Het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel weigerde op 27 mei 2008 aan appellant vrijstelling en een bouwvergunning te verlenen voor de uitbreiding van een supermarkt op een perceel te Franekeradeel. Deze weigering was gebaseerd op het gemeentelijk supermarktbeleid en een bestemmingsplan dat geen supermarkten toestaat op het perceel.

Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Leeuwarden, die het beroep ongegrond verklaarde. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het supermarktbeleid alleen ziet op nieuwe vestigingen en niet op uitbreidingen van bestaande supermarkten, zodat het college zich niet op dit beleid kon beroepen om de vrijstelling te weigeren.

Verder bleek dat het college onvoldoende gemotiveerd had waarom de vrijstelling geweigerd werd en dat het de belangen van appellant niet had afgewogen, terwijl de uitbreiding relatief gering was en het karakter van buurtsuper behouden bleef. De Afdeling vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het college binnen vier maanden een nieuw besluit moet nemen, met inachtneming van deze uitspraak.

Uitkomst: Het besluit tot weigering van vrijstelling en bouwvergunning voor de uitbreiding van de supermarkt wordt vernietigd en het college dient een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

200909468/1/H1.
Datum uitspraak: 21 juli 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats], gemeente Franekeradeel,
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 29 oktober 2009 in zaak nr. 08/2802 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel.
1. Procesverloop
Bij besluit van 27 mei 2008 heeft het college geweigerd aan [appellant] vrijstelling en bouwvergunning te verlenen voor het vergroten van een supermarkt op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).
Bij besluit van 30 oktober 2008 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 29 oktober 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 december 2009, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 juni 2010, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door mr. D. la Crois en mr. M. Barends, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het bouwplan voorziet in een inpandige uitbreiding van de supermarkt op het perceel door middel van het verwijderen van de muur tussen de supermarkt en het in het pand tevens aanwezige taxibedrijf, waarna de oppervlakte van dit taxibedrijf aan de supermarkt wordt toegevoegd. Vast staat dat de uitbreiding van de supermarkt in strijd is met de ingevolge het uitwerkingsplan "Uitwerkingsplan krachtens artikel 11 W.R.O. Hamburgerrak" op het perceel rustende bestemming "Bedrijf" dat geen supermarkt toestaat. Het college heeft geweigerd vrijstelling te verlenen, nu de uitbreiding van de supermarkt in strijd is met het gemeentelijk vestigingsbeleid voor supermarkten (hierna: het supermarktbeleid), en heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat bij de verlening van vrijstelling en bouwvergunning in 1989 voor de bestaande supermarkt expliciet een beperking is opgenomen ten aanzien van de verkoopvloeroppervlakte van de supermarkt, teneinde het karakter van "buurtsuper" te behouden.
2.2. Het supermarktbeleid, neergelegd in het collegevoorstel van 16 oktober 2007 dat bij besluit van 1 november 2007 door de raad is overgenomen, heeft volgens het college als uitgangspunt dat vestiging van supermarkten is toegestaan indien de detailhandelsfunctie van de binnenstad wordt versterkt en, gelet daarop, enkel gewenst is daar waar een binding met de binnenstad bestaat. Volgens het college is het bouwplan in strijd met het supermarktbeleid nu het perceel niet een locatie met een dergelijke binding betreft. Ter zitting heeft het college toegelicht dat bestaande supermarkten buiten de binnenstad, zoals in het onderhavige geval, bij uitbreiding koopkracht zullen ontrekken aan de nieuwe supermarkten in de binnenstad.
2.3. De beslissing al dan niet vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan behoort tot de bevoegdheden van - in dit geval - het college, waarbij het college beleidsvrijheid heeft en de rechter de beslissing terughoudend moet toetsen, dat wil zeggen zich moet beperken tot de vraag of het college in redelijkheid tot zijn besluit om vrijstelling te weigeren heeft kunnen komen.
2.4. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren vrijstelling te verlenen. Daartoe voert hij aan dat het college het besluit niet deugdelijk heeft gemotiveerd door te verwijzen naar het supermarktbeleid, nu dit slechts ziet op nieuwe vestigingen en niet op uitbreidingen van bestaande supermarkten. Voorts zal, volgens [appellant] , zijn supermarkt niet meer exploitabel zijn, indien hij niet kan uitbreiden.
2.4.1. Bij uitspraak van heden in zaak nr.
200907342/1/R3heeft de Afdeling het tegen het besluit van 2 juli 2009 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Franeker - Westelijke Woongebieden" ingestelde beroep gegrond verklaard. Daartoe is, voor zover hier van belang, ten aanzien van het supermarktbeleid van de raad overwogen dat dit beleid uitsluitend ziet op de vestiging van nieuwe supermarkten. Nu het supermarktbeleid niet ziet op uitbreidingen van bestaande supermarkten kan de verwijzing hiernaar de weigering van de vrijstelling derhalve niet dragen. De omstandigheid dat bij de in 1989 verleende vrijstelling en bouwvergunning een beperking is gesteld ten aanzien van de maximale verkoopvloeroppervlakte is thans als zodanig niet van belang nu [appellant] juist zijn bedrijf wenst uit te breiden. Het college had een actuele planologische afweging dienen te maken. Het is evenwel niet gebleken dat het college in het kader van de belangenafweging, waarbij ook de gevolgen van de uitbreiding van de supermarkt voor de omgeving moeten worden betrokken, de belangen van [appellant] bij de uitbreiding van de supermarkt heeft afgewogen, hetgeen te meer klemt, nu niet valt in te zien dat met de door [appellant] gewenste uitbreiding, die naar ter zitting is toegelicht, met 80 m2 relatief gering is, het karakter van "buurtsuper" niet wordt behouden en het college de stelling van [appellant] dat de supermarkt, indien hij niet kan uitbreiden, niet meer exploitabel is, niet heeft betwist.
Het besluit op bezwaar van 30 oktober 2008 is in strijd met het bepaalde in artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank heeft dit niet onderkend.
Het betoog slaagt.
2.1.1. Het hoger beroep is gegrond. Gelet op het vorenstaande behoeft hetgeen [appellant] voor het overige heeft aangevoerd geen bespreking. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het bij de rechtbank ingestelde beroep alsnog gegrond verklaren en het besluit op bezwaar van 30 oktober 2008, wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vernietigen, nu dit ondeugdelijk is gemotiveerd. Het college dient met inachtneming van deze uitspraak opnieuw op het bezwaar van [appellant] te beslissen. Daarbij wordt opgemerkt dat dit nieuwe besluit, gelet op de uitspraak van de Afdeling van heden in zaak nr. 200907342/1/R3, redelijkerwijs binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak dient te worden genomen.
2.1.2. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van
29 oktober 2009 in zaak nr. 08/2802;
III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;
IV. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel van 30 oktober 2008, kenmerk 08.33358;
V. bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen een nieuw besluit neemt;
VI. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Franekeradeel aan [appellant] het door hem betaalde griffierecht ten bedrage van € 223,00 (zegge: tweehonderddrieentwintig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Buuren w.g. Van Heusden
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2010
163-580.