ECLI:NL:RVS:2010:BN2239
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling als kunstenaar faalt in hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling, werkzaam als kunstenaar uit Irak, vroeg een verblijfsvergunning asiel aan die door de staatssecretaris van Justitie werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna zowel de vreemdeling als de minister hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de vreemdeling als kunstenaar behoorde tot een kwetsbare minderheidsgroep die op grond van het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire 2000 (WBV) een bijzondere beschermingsstatus geniet. De vreemdeling viel onder de groep personen werkzaam in risicoberoepen, waarvoor een minder ruim toetsingskader geldt.
De Raad stelde dat de vreemdeling aannemelijk moest maken dat hij een reëel risico liep op een schending van artikel 3 EVRM Pro, hetgeen niet was gelukt omdat het asielrelaas ongeloofwaardig was. De enkele vermelding van moorden op andere kunstenaars in 2005 was onvoldoende. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond, en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt verworpen.