ECLI:NL:RVS:2010:BN2243
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Recht op correcte berekening van 48-uurstermijn bij aanvraag verblijfsvergunning en uitsluiting Goede Vrijdag als procesuur
In deze zaak stond de berekening van de 48-uurstermijn voor het nemen van een besluit op een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel centraal. De voorzieningenrechter had geoordeeld dat Goede Vrijdag wel meetelde als procesuur, maar de Raad van State oordeelde anders.
De Raad van State stelde vast dat op grond van artikel 1.1, aanhef en onder f, van het Vreemdelingenbesluit 2000, gelezen in samenhang met artikel 3, tweede lid, van de Algemene termijnenwet, de uren op Goede Vrijdag niet meetellen als uren beschikbaar voor het onderzoek naar de aanvraag, tenzij het onderzoek plaatsvindt in het Aanmeldcentrum Schiphol. Dit volgt ook uit de nota van toelichting bij het besluit van 11 november 2004.
De minister had terecht betoogd dat de 48-uurstermijn begon op woensdag 31 maart 2010 om 8.37 uur en, omdat Goede Vrijdag en de tweede Paasdag niet meetellen, de termijn eindigde op donderdag 8 april 2010 om 16.37 uur. Het besluit van 8 april 2010 was om 13.55 uur uitgereikt, dus binnen de termijn. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.
Tot slot stelde de Raad van State de proceskosten in hoger beroep vast en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding daarvan beslist.
Uitkomst: De Raad van State oordeelt dat Goede Vrijdag niet meetelt als procesuur bij de 48-uurstermijn, waardoor het besluit van 8 april 2010 tijdig is genomen.