ECLI:NL:RVS:2010:BN2586

Raad van State

Datum uitspraak
19 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201000211/2/M2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbWet geluidhinder
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening geluidbelasting woningen Molenstraat Herwen

Het college van burgemeester en wethouders van Rijnwaarden heeft bij besluit van 29 september 2009 de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai vastgesteld voor zes woningen aan de Molenstraat te Herwen.

Krystyna's Fashion Service B.V. en anderen hebben hiertegen beroep ingesteld en verzochten om een voorlopige voorziening. Zij stelden dat het akoestisch onderzoek niet representatief was, omdat het college ten onrechte een lagere categorie-indeling hanteerde voor bedrijven op het bedrijventerrein en dat het projecteren van woningen op grotere afstand niet als maatregel was betrokken.

De voorzitter oordeelde dat deze gronden betrekking hadden op een ander besluit, namelijk het bestemmingsplan van 3 november 2009, en daarmee buiten de reikwijdte van deze procedure vielen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit over de geluidbelasting werd afgewezen.

Uitspraak

201000211/2/M2.
Datum uitspraak: 19 juli 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Krystyna's Fashion Service B.V. en andere, gevestigd te Herwen, gemeente Rijnwaarden,
verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van Rijnwaarden,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 29 september 2009 heeft het college op grond van de Wet geluidhinder de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de gevel van zes woningen gelegen aan de Molenstraat te Herwen, gemeente Rijnwaarden, vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft Krystina's en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 6 januari 2010, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 mei 2010, heeft Krystina's en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 juni 2010, waar Krystina's en anderen, vertegenwoordigd door mr. H.J. Kastein, advocaat te Zevenaar, en het college, vertegenwoordigd door A.B. Schenk, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Voorts is ter zitting als partij gehoord MVO Varsseveld B.V. handelend onder de naam MVO Projecten, vertegenwoordigd door E.H.M. Harbers, advocaat te Arnhem, en J.W. BraccoGarter.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Krystina’s en anderen betogen dat het akoestisch onderzoek niet representatief is, omdat daarin ten aanzien van op het bedrijventerrein gelegen bedrijven ten onrechte van een lagere categorie-indeling als bedoeld in de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is uitgegaan. Daarnaast heeft het college ten onrechte het projecteren van de geplande woningen op grotere afstand van het bedrijventerrein niet als maatregel om de geluidbelasting op de gevel van woningen te verminderen bij de belangenafweging betrokken.
2.3. Deze gronden richten tegen het besluit van 3 november 2009, waarbij de raad van de gemeente Rijnwaarden het bestemmingsplan "Herwen, Ficoterrein 2008" heeft vastgesteld, zodat deze beroepsgronden vallen buiten de reikwijdte van de onderhavige procedure.
2.4. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. T.L.J. Drouen, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Diepenbeek w.g. Drouen
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2010
375.