ECLI:NL:RVS:2010:BN2643
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- N.D.T. Pieters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving egalisatie terrein in Kerkrade
Het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade wees een verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen het egaliseren van een terrein door belanghebbende af. Appellant maakte bezwaar tegen deze weigering, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Maastricht bevestigde dit oordeel. Appellant stelde daarop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college wel bevoegd was om handhavend op te treden indien het egaliseren had plaatsgevonden, maar dat het college onvoldoende onderzoek had verricht om vast te stellen of de natuurlijke hoogteverschillen waren aangetast. Ook ontbrak een deugdelijke motivering van het besluit. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Afdeling gelastte het college om een nieuw besluit te nemen na een adequaat onderzoek, waarbij ook relevante stukken en een getuigenverklaring betrokken moeten worden. Het verzoek van appellant om een dwangsom op te leggen werd afgewezen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering.