Uitspraak
200509349/1, en de uitspraak van de Afdeling van 21 januari 2009 met nr.
200801830/1waaruit volgt dat wanneer een bestuursorgaan na onderzoek stelt dat een bepaald document niet onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan diegene die om informatie verzoekt is om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust. Blijkens diens ter zitting in hoger beroep afgelegde, en door het dagelijks bestuur bevestigde, getuigenverklaring heeft getuige Beijer, werkzaam bij de deelgemeente Charlois, noch in het dossier dat de deelgemeente onder zich heeft noch in het dossier dat de Dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting onder zich heeft, het door [appellant] bedoelde stuk aangetroffen. Voorts heeft deze getuige verklaard dat hij geen redenen heeft om aan te nemen dat het stuk, indien het heeft bestaan, achtergehouden is. De Afdeling is mede gelet hierop met de rechtbank van oordeel dat het standpunt van het dagelijks bestuur dat het document niet onder hem berust niet ongeloofwaardig voorkomt. De aanwijzingen van [appellant] ten aanzien van de datum en opsteller van het document en de omstandigheid dat het dagelijks bestuur het bestaan van het stuk nooit heeft ontkend, wat daar ook van zij, maken niet aannemelijk dat dit anders is.