ECLI:NL:RVS:2010:BN3392
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting Palestijnen uit Libanon
De minister van Justitie stelde een vreemdeling in vreemdelingenbewaring op 6 mei 2010. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring, maar wees het verzoek om schadevergoeding af. De minister ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er geen zicht op uitzetting zou zijn van Palestijnen uit Libanon. De minister had immers aangetoond dat de Libanese autoriteiten in 2009 enkele laissez passer-akkoorden hadden afgegeven aan deze groep, wat voldoende zicht op uitzetting impliceert mits de vreemdeling volledige en juiste informatie verstrekt.
De vreemdeling had geen concrete feiten gesteld die het zicht op uitzetting zouden uitsluiten. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, waardoor de vreemdelingenbewaring in stand blijft.