Uitspraak
200404708/1), kan in de stelling dat schade is geleden als gevolg van bestuurlijke besluitvorming evenwel op zichzelf een processueel belang worden gevonden. Wel is dan vereist dat de schade tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt.
Raad van State
De zaak betreft een hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch waarin het beroep van appellant tegen het niet tijdig nemen van besluiten op zijn aanvragen om vrijstelling en bouwvergunning ongegrond werd verklaard. Het college van burgemeester en wethouders van Lith had het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen belang was bij inhoudelijke behandeling nadat alsnog besluiten waren genomen.
Appellant stelde dat hij wel degelijk belang had vanwege geleden vertragingsschade, maar de Afdeling oordeelde dat dit belang niet aannemelijk was gemaakt. Het college had de benodigde stukken pas in juni 2007 ontvangen, waarna het ontwerpbesluit zes weken ter inzage lag en de verklaring van geen bezwaar pas in januari 2008 werd verleend, waarna de vergunningen werden afgegeven.
Verder faalde het betoog dat appellant onterecht niet was gehoord, omdat hij zelf had aangegeven geen hoorzitting te wensen. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.